Nederland kan 17 miljard euro mislopen: trage regels en gebrek aan geld remmen agrifood-biotech
Nederland heeft een sterke uitgangspositie in landbouw en voedsel, maar dreigt een grote kans te laten liggen. Volgens een nieuw onderzoek van Invest-NL kan het land in 2040 jaarlijks ongeveer 17 miljard euro extra omzet behalen met innovatieve landbouw en voedseltechnologie, de sector die agrifood-biotech wordt genoemd. Die kans blijft alleen binnen bereik als bedrijven sneller toegang krijgen tot de markt en genoeg geld kunnen vinden om hun productie op te schalen. Zonder aanpassingen, zo waarschuwt Invest-NL, verliezen Nederlandse bedrijven terrein aan landen waar nieuwe technologie sneller wordt toegelaten. Het rapport van 30 oktober 2026 is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 betrokkenen en op investeringsgegevens uit 2010 tot april 2026.
Wat agrifood-biotech precies inhoudt
Agrifood-biotech klinkt als een abstract begrip, maar het gaat om heel concrete producten. Denk aan nieuwe gewassen die beter tegen droogte of ziektes kunnen, aan biologische gewasbescherming die chemische middelen vervangt, en aan nieuwe voedselingrediënten die bijvoorbeeld via fermentatie worden gemaakt. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zijn op deze gebieden al sterk, vooral in gewasveredeling, biologische gewasbescherming en nieuwe voedselingrediënten. Die kennispositie is volgens de onderzoekers een van de grootste troeven van het land. Het probleem zit niet in het bedenken van nieuwe producten, maar in de weg ernaartoe: van laboratorium en proefveld naar een product dat echt verkocht mag worden en in grotere hoeveelheden gemaakt kan worden.
Tien jaar wachten op toelating
Een van de grootste knelpunten is de tijd die toelating kost. Nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen moeten soms acht tot tien jaar wachten voordat zij op de Europese markt mogen worden gebracht. Dat is een lange periode voor een jong bedrijf, dat in die jaren wel kosten maakt maar nog geen omzet draait. Volgens Invest-NL komt dit deels doordat veel toelatingsregels oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor chemische bestrijdingsmiddelen. Die regels sluiten niet altijd goed aan op biologische alternatieven, die op een andere manier werken en andere risico's hebben. Het gevolg is dat sommige Nederlandse bedrijven ervoor kiezen hun producten eerst in Brazilië of de Verenigde Staten te verkopen, waar toelating sneller kan gaan. Daarmee verdwijnen omzet, ervaring en soms ook productie naar het buitenland, terwijl de kennis in Nederland is opgebouwd.
De wereldwijde markt voor biologische gewasbescherming kan volgens het onderzoek tot 2040 zeven tot tien keer zo groot worden.
Eiwitten uit fermentatie lopen achter op de VS
Ook bedrijven die nieuwe voedselingrediënten produceren, lopen tegen obstakels aan. Voor eiwitten uit fermentatie duurt toelating in Europa één tot drie jaar langer dan in de Verenigde Staten. Dat verschil lijkt misschien klein naast de wachttijden bij gewasbescherming, maar voor een startup kan het doorslaggevend zijn. Een bedrijf dat in Amerika al verkoopt en in Europa nog moet wachten, bouwt daar zijn klantenkring, productie en merk op, terwijl de Europese concurrent nog in de procedure zit. Daarnaast kost de bouw van een eerste commerciële fabriek vaak tientallen tot honderden miljoenen euro's. Voor jonge ondernemingen is dergelijke financiering moeilijk te verkrijgen, omdat banken en investeerders het risico van een eerste fabriek hoog inschatten.
De cijfers die Invest-NL voor deze deelmarkt noemt, laten zien hoe groot het verschil kan worden. Volgens het onderzoek kan de Nederlandse omzet uit deze nieuwe ingrediënten in 2040 oplopen tot ongeveer 8 miljard euro per jaar. Bij ongewijzigd beleid blijft dat naar verwachting beperkt tot 2 miljard euro. Dat gat van 6 miljard euro is een deel van de totale 17 miljard euro die het rapport als kans schetst. Het is belangrijk om deze bedragen goed te lezen: het gaat om scenario's, niet om gegarandeerde opbrengsten. Het rapport zelf benadrukt dat de 17 miljard euro een mogelijke extra jaaromzet in 2040 is op basis van scenario's, geen belofte.
Wat Invest-NL voorstelt
Invest-NL pleit voor een combinatie van maatregelen. Ten eerste betere toegang tot testfaciliteiten, zodat bedrijven hun producten sneller en goedkoper kunnen testen. Ten tweede passende regelgeving, dus regels die aansluiten op de manier waarop biologische producten werken, in plaats van regels die zijn geschreven voor chemische middelen. Ten derde financiële ondersteuning bij de bouw van eerste fabrieken. Met publieke leningen, garanties en subsidies kunnen risico's worden gedeeld, waardoor ook particuliere investeerders eerder bereid zijn geld beschikbaar te stellen. De onderzoekers benadrukken daarbij dat versoepeling van procedures niet betekent dat voedselveiligheid of andere veiligheidseisen moeten worden verlaagd. Het gaat om procedures die sneller en beter passend worden, niet om minder controle.
Jellie Banga, Chief Business Officer van Invest-NL, zegt dat Nederland een uitstekende uitgangspositie heeft, maar dat snel handelen noodzakelijk is.
Waarom dit ook buiten de landbouw telt
Het rapport gaat over landbouw en voedsel, maar de les is breder. Bij nieuwe technologie is snelheid vaak een concurrentievoordeel op zich: wie als eerste op de markt is, trekt klanten, investeerders en talent aan. Wie jaren moet wachten, ziet die partijen naar andere landen vertrekken. Tegelijkertijd is voorzichtigheid bij voedsel en gewasbescherming begrijpelijk, want het gaat om gezondheid en milieu. De uitdaging voor beleidsmakers is om die twee belangen in balans te brengen: grondig toetsen, maar met procedures die passen bij het product en die niet onnodig jaren duren.
Voor ondernemers en investeerders is het rapport een signaal dat de problemen breed worden herkend. Voor beleidsmakers is het een concrete agenda: testfaciliteiten, passende regels en financiering voor eerste fabrieken. Of Nederland de kans van 17 miljard euro benut, hangt volgens Invest-NL vooral af van investeringen, samenwerking en politieke keuzes in de komende jaren.
Frequently Asked Questions
Wat is agrifood-biotech?
Agrifood-biotech is de verzamelnaam voor biotechnologie in landbouw en voedsel. Het gaat onder meer om nieuwe gewassen, biologische gewasbescherming en nieuwe voedselingrediënten, bijvoorbeeld eiwitten die via fermentatie worden gemaakt. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zijn op deze gebieden volgens Invest-NL al sterk.
Hoe komt Invest-NL aan de 17 miljard euro?
Het bedrag is een scenario uit een nieuw onderzoek van Invest-NL, gepubliceerd op 30 oktober 2026. Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op investeringsgegevens uit 2010 tot april 2026. De 17 miljard euro is een mogelijke extra jaaromzet in 2040, geen gegarandeerde opbrengst.
Waarom duurt toelating zo lang?
Nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen moeten soms acht tot tien jaar wachten op Europese toelating. Volgens Invest-NL zijn veel toelatingsregels oorspronkelijk ontwikkeld voor chemische bestrijdingsmiddelen en sluiten zij niet altijd goed aan op biologische alternatieven. Voor eiwitten uit fermentatie duurt toelating in Europa één tot drie jaar langer dan in de Verenigde Staten.



Post Comment