Stroomhonger van AI: Nederlandse datacenters vragen al 15 gigawatt van het net
Nederland wil meedoen in de AI-wedloop, maar het elektriciteitsnet zegt: even wachten. Datacenterbedrijven hebben bij de netbeheerders voor ongeveer 15 gigawatt aan stroomcapaciteit aangevraagd. Dat is in twee jaar tijd verdubbeld. En dat is grofweg evenveel als de gezamenlijke aansluitcapaciteit van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Daarom leggen de netbeheerders de bal nu bij de politiek: beslis hoeveel datacenters Nederland wil, en waar ze mogen staan.
15 gigawatt: bijna een derde van de wachtlijst
Het cijfer komt van de netbeheerders zelf. Volgens berichtgeving van Het Financieele Dagblad, die half oktober naar buiten kwam, hebben datacenterbedrijven voor 15 gigawatt aan stroomcapaciteit aangevraagd, hoofdzakelijk bij TenneT. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2024. De vraag groeit zo hard omdat AI-modellen en de digitale diensten eromheen enorme hoeveelheden rekenkracht opslokken, en rekenkracht is in de praktijk elektriciteit.
Daarmee nemen datacenters bijna een derde van de complete wachtlijst voor nieuwe netaansluitingen in beslag. Wie nu een fabriek wil uitbreiden of een nieuwe woonwijk wil aansluiten, staat in dezelfde rij. Netbeheer Nederland, de branchevereniging van de netbeheerders, vindt dat de overheid duidelijk moet maken welke projecten voorrang krijgen.
Eén belangrijke nuance hoort hierbij. Aangevraagde capaciteit is geen verbruik. Een deel van de aanvragen komt van plannen die misschien nooit gebouwd worden. De netbeheerders spreken daarom van een wachtlijst die is vervuild met speculatieve aanvragen: bedrijven leggen vast ruimte, voor het geval dat. Toch blijft het signaal overeind: de vraag naar stroom voor digitale infrastructuur groeit sneller dan het net kan bijbenen.
"Niet alles kan overal"
Joris de Groot van netbeheerder Alliander verwoordde het namens de vereniging treffend in het programma Nieuwsuur: "We leven in een tijdperk van schaarste: niet alles kan overal." Hij vergeleek de situatie met het stikstofdebat dat Nederland jarenlang bezighield. Net als toen moet er een politieke afweging komen over wat het land ruimte wil geven, en wat niet.
Die oproep is nieuw voor deze sector. Lange tijd verwelkomden gemeenten datacenters als economische winsten: banen, investeringen, digitale hoofdrol voor Nederland. Maar de toon is omgeslagen. Inwoners maken zich zorgen over stroomverbruik, koelwater en het ruimtebeslag van gigantische loodsen vol servers. Politici vragen zich af wat de samenleving terugkrijgt voor de stroom die erin gaat.
Het dichtst bezaaide datacenterland ter wereld
Dat Nederland nu klem zit, is geen toeval. Volgens een studie van Comparitech uit oktober 2026 heeft geen enkel land ter wereld zoveel datacenters per vierkante kilometer als Nederland: 8,9 per 1.000 vierkante kilometer, en 16 per miljoen inwoners. De Verenigde Staten hebben in absolute aantallen veruit de meeste, hun aantal steeg van 5.300 in 2023 naar 5.427 in 2026, maar nergens staan ze zo dicht op elkaar als hier.
Die concentratie heeft historische redenen. Nederland ligt aan belangrijke internetkabels, heeft een stabiel stroomnet en een lange traditie van digitale infrastructuur. De Amsterdamse internetknooppunt AMS-IX is een van de grootste ter wereld. Die aantrekkingskracht heeft nu een keerzijde: de stroom is bijna op.
Speculatieve aanvragen verstoren de planning
Voor de netbeheerders is het grootste praktische probleem dat ze niet weten welke aanvragen serieus zijn. Ongeveer tweehonderd geplande datacenters zouden op de wachtlijst staan, maar een deel daarvan zijn luchtprojecten die de rij alleen maar langer maken. Zonder te weten welke datacenters er echt komen, kunnen netbeheerders geen kabels trekken en geen transformatorstations bouwen.
En die infrastructuur kost geld, heel veel geld. De uitbreiding van het Nederlandse elektriciteitsnet vergt volgens ramingen ruim 200 miljard euro in de komende jaren. Elke verkeerde investering belandt uiteindelijk op de energierekening van burgers en bedrijven.
De Kamer wil strengere spelregels voor hyperscalers
De politiek was al langer bezig met het thema. De Tweede Kamer drong eerder aan op strengere criteria voor zogeheten hyperscale-datacenters, de reusachtige complexen van techbedrijven. In een motie wezen Kamerleden op projecten in Amsterdam en Lelystad die volgens hen buiten de bestaande juridische grenzen vielen. De Kamer vroeg de regering de regels aan te scherpen en te onderzoeken onder welke voorwaarden datacenters het stroomnet juist kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld met eigen opslag of door restwarmte nuttig te gebruiken.
Tegelijkertijd loopt er een tegenstroom. De overheid beschreef in juli dat er zeven nieuwe megadatacenters in aanbouw zijn en dat er nog vier op stapel staan. De AI-ambities van Europa, met een programma van 20 miljard euro voor AI-datacenters op het continent, maken dat Nederland niet zomaar nee kan zeggen tegen alles. Bedrijven als VOLT plannen een AI-fabriek in de Rotterdamse haven, en buitenlandse partijen kijken naar Nederland als vestigingsplaats.
Het is dus geen simpele keuze tussen wel of geen datacenters. De vraag is welke datacenters, waar, en tegen welke voorwaarden.
Wat betekent dit voor de AI-plannen?
De spanning is voelbaar bij elk groot AI-project in Nederland. Zonder stroomaansluiting blijft een datacenter een papieren plan. Vergunningsprocedures voor netuitbreidingen duren in Europa vaak jaren, waarschuwde onlangs nog Andreas Schierenbeck, topman van Hitachi Energy. Hij noemde de netcapaciteit een kritieke flessenhals voor de digitale transitie.
Voor bedrijven betekent dit dat energievoorziening geen bijzaak meer is, maar een strategische factor. Wie in Nederland een AI-dienst wil bouwen of een datacenter wil neerzetten, moet vroeg in het proces met de netbeheerder om tafel. En voor de politiek ligt er een ongemakkelijke afweging: Nederland kan niet tegelijk het dichtst bezaaide datacenterland ter wereld blijven én iedereen van stroom voorzien, tenzij er scherpe keuzes worden gemaakt.
De komende maanden zal blijken of Den Haag die keuzes durft te maken. De netbeheerders hebben hun vraag in ieder geval helder gesteld: zeg ons hoeveel datacenters er mogen komen, en waar. Daarna kunnen wij pas echt gaan bouwen.
Frequently Asked Questions
Waarom vragen datacenters zoveel stroom aan in Nederland?
De vraag naar AI-rekenkracht groeit explosief, en die rekenkracht kost veel elektriciteit. Datacenterbedrijven hebben bij de netbeheerders voor ongeveer 15 gigawatt aan capaciteit aangevraagd, een verdubbeling ten opzichte van 2024. Nederland is bovendien al het land met de hoogste datacenterdichtheid ter wereld, dus de druk op het net was hier al groot.
Krijgen datacenters voorrang op woningen en fabrieken?
Niet automatisch, maar ze staan wel in dezelfde wachtlijst voor een netaansluiting. Datacenters nemen daarin bijna een derde van de aangevraagde capaciteit in beslag. Netbeheerders vragen de overheid daarom om te bepalen hoeveel datacenters Nederland wil faciliteren en waar, zodat er duidelijke prioriteiten komen.
Wat is het verschil tussen aangevraagde en gebruikte stroomcapaciteit?
Aangevraagde capaciteit is de hoeveelheid stroom waarvoor een bedrijf een aansluiting reserveert, niet wat het daadwerkelijk verbruikt. Een deel van de 15 gigawatt komt van speculatieve plannen die mogelijk nooit gebouwd worden. De netbeheerders wijzen erop dat zulke aanvragen de wachtlijst vertroebelen en het plannen van netuitbreidingen bemoeilijken.



Post Comment